Stichting Cho: een uit de hand gelopen hobby tegen eenzaamheid
Het is een gure novemberochtend wanneer ik het Rensenpark binnenloop. De bladeren liggen metershoog opgestapeld. Als ik aankom bij ouderencentrum Cho wacht Joop Reilman mij op, samen met vrijwilliger Arie Scheper. Binnen is de ruimte feestelijk aangekleed; nog voordat ik mijn jas uit heb, staat er een dampende kop koffie voor me klaar.
Acht jaar bouwen aan een warme plek
Acht jaar geleden richtten Joop en zijn partner Jeany Veras Stichting Cho op.
Joop: “Weet je, Jeany is eigenlijk de drijvende kracht achter alles wat je hier ziet. Zij is de ideeënmachine én de meest actieve van ons allemaal. Ze werkt hier 60 tot 70 uur per week. Toen we begonnen was het hier helemaal leeg, alles was verkocht. Jeany heeft haar huis verkocht en een deel van dat geld in Cho gestoken. Ze is gastvrouw, regelaar, entertainer… ze zingt, serveert hapjes, maakt met iedereen een praatje. En het mooiste: ze doet het nog steeds met plezier.”
Wat betekent Cho?
Joop: “In het Japans betekent het ‘vlinder, vrijheid, blijheid’. Dat past perfect bij wat we willen uitstralen. Toen we begonnen, wilden we weerbaarheidstrainingen geven. Maar al snel zagen we dat er eigenlijk een veel groter probleem speelde: eenzaamheid. Daar zijn we vol ingestapt. En ja… het bleek een gat in de markt. Ik schrok ervan hoeveel mensen er écht mee worstelen. Het werd een hobby die compleet uit de hand liep.”
Sindsdien loopt het storm. Maar het succes brengt ook uitdagingen mee.
Joop: “Vrijwilligers zijn cruciaal. We hebben er nu zo’n veertien, maar dat is eigenlijk te weinig. We zijn open van donderdag tot maandag, van 12.00 tot 17.00 uur — plus alle feestdagen. Meer zou fantastisch zijn, maar daarvoor ontbreekt de bezetting.”
Een warme plek voor iedereen van 50 jaar en ouder
Wat gebeurt er op een dag bij Cho?
Joop: “Mensen komen hier voor gezelligheid, voor contact. We spreken iedereen persoonlijk aan als ze voor het eerst binnenkomen. Veel mensen worden door instanties naar ons doorgestuurd, maar er komen ook bezoekers uit de dorpen rondom Emmen. Eén echtpaar reist zelfs elk jaar vanuit Den Haag terug om onze optredens op het terras bij te wonen.”
De vrijwilligers spelen een grote rol in die warme sfeer.
Arie: “We hebben onze eigen taken, maar worden ook aangemoedigd om mee te denken en initiatieven te nemen. Je moet wel het hart hebben om mensen te ontvangen en écht een gesprekje te voeren. Zo’n simpel praatje kan voor iemand al enorm veel betekenen.”
Van heavy metal tot belastingformulieren
De activiteiten bij Cho zijn verrassend veelzijdig.
Joop: “We hebben hier van alles gehad. Er wordt gekaart, gebiljart, we hebben maandelijks bingo… maar door mijn achtergrond als drummer bij verschillende bands kwam hier laatst een heavy metal band spelen. Het publiek stond op de tafels te dansen! Een dag later hielpen we, met hulp van organisaties die ons steunen, mensen met belastingformulieren en het aanvragen van een traplift. Dat is Cho.”
Ook weerbaarheidstrainingen, workshops over veiligheid en hulp bij pinnen behoren tot het aanbod.
Een sociale motor in het Rensenpark
Joop: “Ik denk dat we hier een belangrijke sociale rol spelen. Maar het blijft knokken voor de subsidie — met de opbrengsten van onze activiteiten komen we er niet. We zijn een stichting; mensen kunnen lid worden om ons te steunen.”
De ontwikkelingen in het park zijn wisselend.
Arie: “Het park wordt opgeknapt, dat is mooi. Maar helaas zijn veel activiteiten de laatste jaren vertrokken. Dat heeft ook invloed op onze bezoekersaantallen. Gelukkig krijgen we steun van organisaties zoals Menso. Zij noemen ons de sociale motor van het park.”
Mediabelangstelling en laagdrempeligheid
Joop: “Media-aandacht hebben we genoeg gehad — landelijke kranten, SBS6, noem maar op. Maar uiteindelijk draait het om de mensen die hier binnenkomen. We proberen alles zo laagdrempelig mogelijk te houden. Een hapje en drankje tegen een kleine vergoeding. Eigenlijk kan wat we doen financieel niet… maar we doen het toch.”
Toekomst: ook jongeren bereiken
In de toekomst wil Cho zich ook meer op jongeren richten.
Joop: “Ik zie veel jongeren worstelen met mentale problemen. Ze zitten vaker in een isolement dan je denkt. Met mijn achtergrond — ik ben op mijn 78ste nog steeds de hoogste gegradueerde weerbaarheids-docent van Europa — kan ik ze veel meegeven.”
Hij vertelt open over zijn eigen verleden.
Joop: “Vroeger zei mijn gymdocent dat ik niets voorstelde. Dat ik een angsthaas was. Hij noemde me ‘Jopje’. Ik moest maar bij de meisjes gaan korfballen. Dat knaagde enorm. Maar door fysiek én mentaal te trainen, kreeg ik zelfvertrouwen. Ik werd kampioen over mezelf. Dat inzicht gun ik jongeren ook.”
Een toevluchtsoord in het park
Als het gesprek eindigt, wordt me nog een keer duidelijk: Cho is niet zomaar een buurthuis of ontmoetingsplek. Het is een toevluchtsoord, een second home, een plek waar eenzaamheid wordt doorbroken — soms met een kaartje, soms met een kop koffie, soms met een heavy metal-optreden. Maar altijd met warmte.